Micromobiliteit is de toekomst in ‘the battle for space’

Dit artikel komt van Het Financieel Dagblad. Omdat het gaat over micromobiliteit, beschouwen wij dit artikel als relevante content voor De Mobiliteit voor Morgen.

Als je de toekomst van autorijden kort samenvat, dan groeien we langzaam maar zeker naar impliciet schone en veilige mobiliteit, veel goedkoper en veel comfortabeler. Waarbij de file een planbaar en vrijwillig te ondergaan fenomeen wordt. Maar daarmee is een ander groeiend probleem nog niet opgelost: een auto is immers niet het meest ruimte-efficiënte vehikel. En mobiliteit wordt steeds meer een battle for space.

Lees hier het artikel op de website van Het Financieel Dagblad.

Kleinere auto’s worden vaak als oplossing aangedragen; die zijn 95% van de tijd immers groot genoeg. Er zijn in de geschiedenis veel microauto’s aangeboden, maar hun aantal is nooit de marge ontstegen. We willen blijkbaar toch het liefst een eigen auto die niet voor 95%, maar voor 99,5% van de gevallen geschikt is. Het zijn net die ritten naar een vakantiebestemming, de bouwmarkt of de tegenstander van het voetbalteam die de liefdesband met de auto het sterkst maken.

Omdat men toch mobiel wil zijn in de beperkte ruimte, wordt een gouden toekomst voorspeld voor zogenaamde micromobiliteit. Volgens Wikipedia: ‘Kleine, lichtgewicht voertuigen die werken met snelheden die doorgaans lager zijn dan 25 km/u en ideaal zijn voor ritten tot 10 km.’

Deelscooters en fietsen zijn niet aan te slepen

Mooi, eindelijk waardering voor onze nationale trots, de fiets, zou je denken. Maar helaas gaat het bij micromobiliteit meestal over allerlei hippe vormen van deelmobiliteit. De deelfiets kent goede voorbeelden, zoals de ov-fiets, en slechte, zoals de debacles met de thuisloze deelfietsen van het inmiddels failliete Obike en Gobike aantoonden. Ik vrees hetzelfde lot voor de mobiliteitshype van 2018, de elektrische deelstep. In elke grote stad buiten Nederland struikel je er nog steeds over. Ze blijken echter vooral gebruikt te worden als alternatief voor lopen. En omdat ze maar een paar maanden meegaan en een gemiddelde gebruiksfrequentie kennen van minder dan twee keer per dag, leveren ze bar weinig geld op en kun je voor het milieu beter met een Hummer door de stad rijden.

Toch is er een microdeelmobiliteit die ik wel kansen toedicht: de elektrische deelscooter. Ook hier ligt het gevaar van straatvervuiling op de loer, maar het parkeren van scooters is in de praktijk makkelijker te reguleren dan stepjes of fietsen. Belangrijker is dat uit onderzoek naar voren komt dat elektrische scooters voornamelijk autoritten en ritten met eigen scooters vervangen, en die vervuilen de straat net zo goed of zelfs erger. En het is een alternatief voor het ov, wat vooral bij financieel moeilijk te sluiten verbindingen een oplossing kan bieden. Gemeten over heel Europa worden ze gemiddeld acht keer per dag gebruikt en is de levensduur meerdere jaren in plaats van maanden.

Deze zinnige vormen van micromobiliteit krijgen momenteel een enorme pandemie-boost. Mede door de succesvolle afschrikcampagne van menig openbaarvervoerbedrijf liggen de gebruikscijfers van de elektrische deelscooters boven het pre-coronaniveau. Om vergelijkbare redenen zijn ook fietsen populairder dan ooit, zowel voor woon-werkverkeer als voor de vrije tijd. Die zijn momenteel wereldwijd dan ook niet aan te slepen. De fiets is het nieuwe toiletpapier. Leve de micromobiliteit!